Meer over HARA (24)

In blog 23 gaf ik het van oorsprong Japanse begrip HARA een theoretisch kader. In dit blog gaat het over de praktijk. Wat betekent HARA oefenen voor mij? Hoewel mijn lichaam niet toestaat de oefeningen perfect te doen, helpen ze mij toch een diepe rust te ervaren.

Hara oefenen doe je vooral in stand, schrijft Karlfried von Dürckheim in zijn boek ‘HARA : Het dragende midden van de mens’. Een voor ons nogal ongewone stand: voeten zo’n 90 centimeter uit elkaar en knieën recht erboven. Om je ‘toe te vertrouwen aan de aarde’, zak je – naar vermogen – door de knieën en zoek je een balans. Dit vraagt kracht van je beenspieren.

Tegelijkertijd ontspan je in de schouders, wat o.a. lukt door je handen in de zij te zetten. Die balans houd je alleen vol, als je bovenlichaam een loodrechte houding aanneemt. Wonderlijk genoeg, als je dat doet, komt er als vanzelf rust en ontspanning in je onderbuik – het Hara-gebied. En tegelijk ook in je bekkenbodem en rond het middenrif. Met het weldadige resultaat van meer kracht in de bekkenbodemspieren en een soepeler ademhaling.

Tijdens het oefenen komt er, door de autonome ademhaling, ruimte om de aandacht van het hoofd en het hart, te laten zakken naar het tan tien, het centrum van Hara. Die gefocuste aandacht voert naar prettige emoties, bezonnen denken en fysiek welbehagen. Na afloop van het oefenen voel je meer kracht in de achter-bovenbenen en strekt zich je rug!  Overigens, wanneer het mij niet lukt te staan, oefen ik zittend, terwijl ik de krachtige Hara-houding visualiseer.

Hara oefenhoudingen

Dit oefenen heeft meerdere effecten. In het algemeen wordt de intensiteit van je belevenissen sterker. Sowieso word je gevoeliger in je lijf. Ook buiten de oefentijden is de kans groot dat je je meer bewust wordt van ‘de grens tussen je fysieke lichaam en je omgeving’: wat is ín je lichaam, wat is buíten je lichaam, en wat is de verbinding daartussen?

Het kan plezierig zijn om te oefenen voor een grote spiegel en zo te zien wat de Hara-houding met je doet. Zeker als je Hara praktiseert volgens de aanwijzingen van Barbara Ann Brennan, zoals beschreven in haar boek ‘Bronnen van Licht’ (Altamira Becht 1994).

Het een na laatste hoofdstuk van dit boek wijdt Brennan aan specifieke aspecten van Hara. Zij zegt b.v. ‘de energie van de Hara-lijn bevindt zich op een nog subtieler niveau dan de aura.’ Voor haar is Hara onderdeel van een denkbeeldige, loodrechte energielijn door je lichaam. Die lijn verbindt de energie van jouw essentie –> naar boven met de kosmos en –> naar beneden met de aarde.

Volgens Brennan heeft de Hara-lijn tevens te maken met ‘intentionaliteit’: ‘wat is de diepste invulling die je aan je leven kunt geven?’ Heb je daar weet van, voeling mee?
‘Net zoals ons auraveld een specifieke, rechtstreekse correspondentie heeft met onze gedachten en gevoelens, correspondeert iedere verandering in onze intentionaliteit met een verschuiving in de positie en afstemming van onze Haralijn.’

Als healer onderzocht Barbara Brennan hoe ze cliënten dichter bij zichzelf kon brengen door hun Hara-lijn te healen. Spirituele mensen kunnen zélf voeling krijgen met hun Hara-gebied en met hun intentionaliteit … Je bewust worden van de voor jou bedoelde levensweg, dát is waar het om gaat!

De kracht van HARA (23)

In het vorige blog, over De tijdgeest, ging het om het spanningsveld tussen de openlijke, harde krachten en de verborgen, zachte krachten, waarmee we momenteel in de samenleving te maken hebben. Vervolgens dacht ik, hoe ga je daar dan het beste mee om, met die spanning? Hoe reageer je als goedwillend mens óp die tijdgeest? Want zo makkelijk is dat niet: voor je het weet word je meegetrokken in de polarisatie, op welk gebied dan ook.

Hoe houd je afstand, zodat je je niet mee láát trekken, en hoe houd je toch je blik scherp? Hoe voorkom je toe te geven aan egokrachten, waardoor echte levenslust en creativiteit vervolgens ver te zoeken zouden zijn?

Toen ik deze indringende vragen aan mijzelf stelde, kwam het begrip Hara als vanzelf naar boven. Jaren geleden las ik van Karlfried Graf von Dürckheim, ‘HARA : Het dragende midden van de mens’. (Uit het Duits vertaald. Eerste druk 1961. De zevende druk is in 2012 in een nieuwe bewerking verschenen, bij Ankh Hermes. Nu beter leesbaar: de taal is meer toegesneden op de huidige tijd.)

Von Dürckheim beschrijft HARA als een eeuwenoud begrip, dat niettemin tamelijk onbekend is in de westerse wereld. Het begrip is van oorsprong Japans. Het betekent ‘onderbuik’. Wanneer je geworteld bent in je onderbuik, het zwaartegebied van je lichaam, sta je anders in het leven. Voor het specifieke zwaartepunt – zo’n drie centimeter onder de navel en drie centimeter naar binnen – bestaat ook de Chinese term ‘tan tien’. Wanneer je tai chi of chi qong beoefent, leer je daarmee te werken.

Voordat ik iets meer vertel over het (be)oefenen van Hara, eerst een ‘disclaimer’. Ook als ik het van harte aanbeveel, omdat ik de waarde voel van ‘instappen in het Hara-proces’, betekent dat niet dat je als lezer direct dezelfde ervaring zult krijgen. Elk mens kan met Hara bezig zijn, maar altijd als onderdeel van het eigen proces.

De dame Henoetnachtoe, Egypte, omstreeks 1300 v. C.

De grondvoorwaarden om aan het werk te gaan met Hara zijn, volgens Dürckheim, “innerlijke nood, het gericht zijn op de innerlijke weg, een volkomen toewijding en het vermogen om te zwijgen – dit alles overkoepeld door het zich neigen naar het goddelijke … “. Je kunt je ook richten op de kosmos, het universum, tao of de bron.

Als uitgangspunten voor Hara-beoefening noemt hij: “de juiste  houding, de juiste ademhaling en de juiste verhouding van spannen en ontspannen”.

  • Bij de juiste houding zoek je elke keer weer, in stand of zit, lopend of slapend, naar het dynamische evenwicht dat je gaat voelen wanneer je je bewust wordt van je Hara zwaartegebied. Hóe je dat kunt doen, wordt duidelijk beschreven in het boek.
  • Bij de juiste ademhaling gaat het erom  deze zich vanzelf te láten voltrekken, zodat verkrampingen verdwijnen en het middenrif leidend wordt bij een adem die zichzelf stuurt.
  • De juiste verhouding van spanning en ontspanning, laat zich als volgt beschrijven.
  • Enerzijds gebruik je fysieke spanning om – van binnenuit – het gebied van je onderbuik “op en in de aarde neer te laten”. Daarvoor is nodig dat je durft te  vertrouwen op het onbekende en op je onderbewuste.
  • Anderzijds – door het ontspannen en  “loslaten van je schouders” – leer je te vertrouwen op je bovenbewuste. Je gaat je thuis voelen in je hoger zelf en gaat langzamerhand ervaren wat het is “te neigen naar de kosmos”.

Dit heeft als plezierig neveneffect dat je ego zich minder op de voorgrond dringt. HARA geeft je de kracht om koers te houden in deze roerige tijd.

Bewustwording van (on)eindigheid (21)

De afgelopen maanden ben ik mij er steeds meer van bewust geworden dat langzamerhand voor mij de zesde fase van het leven’ is begonnen: je voorbereiden op de eigen sterfelijkheid (waarover meer in een volgend blog).
Concrete gebeurtenissen hebben dat proces versterkt. Manlief (bijna 80) kreeg begin juni een zware longontsteking, die hij inmiddels volledig te boven is. Een jaar geleden, 17 oktober 2017, overleed mijn jongste zusje. Mijn andere zusje is al geruime tijd fysiek gehandicapt en verhuisde onlangs naar een verpleeghuis.

Bezig zijn met het einde blijkt een enorme gelaagdheid te hebben: van fysiek en materieel, via mentaal en emotioneel, tot aan het spirituele hoogtepunt van ‘de aarde verlaten’. Er zitten ook praktische kanten aan en intuïtieve componenten.

Sterven is veel meer dan de laatste adem uitblazen. Wat betekent het voor jezelf en je naasten? Hoe vergaat het anderen? Terwijl ik met tal van vragen bezig ben (en natuurlijk ook veel andere dingen aan mijn hoofd heb), blijkt dat er juist deze maand, oktober 2018, een speciaal blad is uitgegeven over dit thema, getiteld DREMPEL : over leven met sterven. Mooie dubbele bodem in die ondertitel …

Het is geen gids à la de Consumentenbond, die al decennia lang de praktische kwesties rond een overlijden in kaart brengt. DREMPEL richt zich juist op al die andere ervaringslagen die bij het sterven horen, met als motto “van angst naar vertrouwen”. Het magazine biedt een schat aan ervaringen, inzichten en vermoedens rondom het fenomeen ‘dood’. Het is prachtig vormgegeven, met een variëteit aan aansprekende foto’s, en zal hopelijk velen inspireren.

DREMPEL
De ontwerper en samensteller van DREMPEL is het Landelijk Expertisecentrum Sterven: een ideële stichting, die in de samenleving meer bewustzijn wil creëren over sterven. Schrijfster Ineke Koedam nam een jaar of wat geleden, samen met drie andere vrouwen, het initiatief tot oprichting van deze stichting. Nu is zij de hoofdredacteur van het ‘bewaarmagazine’.

DREMPEL is een blad om geboeid in te bladeren en te lezen: 100 pagina’s tekst en foto’s, lange en korte bijdragen, interviews en columns, en diverse artikelen van Ineke Koedam zelf. Zij is de  auteur van ‘In het licht van sterven : ervaringen op de grens van leven en dood’. Dit boek verscheen in 2013 en is al twee keer herdrukt.

In DREMPEL vind je een artikel van Ineke Koedam dat teruggrijpt op haar boek. Zij onderscheidt ´transpersoonlijke levenseinde-ervaringen’ en ‘betekenisvolle levenseinde-ervaringen’. Het eerste type ervaringen verwijst naar al die momenten waarop een sterfproces lijkt uit te stijgen boven het alledaagse en als inspirerend wordt ervaren. Het tweede type ervaringen wijst op momenten waar een stervende in het reine komt met zijn/haar geleefde leven en bewust werkt aan een afronding.

Veel indruk maakt in het blad het interview met Johannes Witteveen (97 jaar, oud-minister van financiën), die zijn zoon Willem verloor bij vlucht MH17. Verder is het interview met Astrid Joosten over het overlijdensproces van haar man heel boeiend. Voor al die mensen die een bijdrage leverden heb ik groot respect …

Een absolute aanrader dus, dit DREMPEL magazine. Echter, niet te koop in de boekhandel, maar alleen te bestellen via www.drempelmagazine.nl, voor nog geen 9 euro.

Het Landelijk Expertisecentrum Sterven (www.landelijkexpertisecentrumsterven.nl) wordt ondersteund door een Comité van Aanbeveling, met een 15-tal leden, onder wie Casper van Eijck, Pim van Lommel, Huub Oosterhuis, Annemiek Schrijver, Hans Stolp, Rudi Westendorp en Johannes Witteveen.

Tevens wijs ik op het onlangs uitgekomen boek ‘Aan het sterfbed’, door Korine van Veldhuijsen, waarin ‘naasten vertellen over een overlijden dat hen diep heeft geraakt’. Het voorwoord is van … Ineke Koedam.

Pijnappelklier in functie (20)

Deze keer wil ik licht werpen op de pijnappelklier, een kliertje midden in je hoofd, en heel belangrijk: het maakt mystieke ervaringen mogelijk.
Zoals hersenen nodig zijn om te kunnen denken en voelen, maar niet de gedachten en gevoelens zelf zijn, zo is de pijnappelklier nodig om te kunnen bidden en mediteren. Echter, de ervaring van het gebed en de spirituele verbinding door de meditatie vind je niet terug ín de pijnappelklier.
Via deze klier kun je je hoger zelf ervaren. En je kunt gevoelens oproepen of krijgen die jou doen weten dan je méér bent dan je fysieke lichaam.

De pijnappelklier — of de epifyse — is de allerkleinste klier in je lichaam, gelokaliseerd midden in je brein. De pijnappelklier lijkt op een dennenappel met twee pootjes en is niet groter dan een flinke, gekookte rijstkorrel (ongeveer 5 mm bij 7 mm). Je vindt hem op het kruispunt van drie lijnen: –> de verbinding tussen de bovenste aanhechtingen van de oren, –> de verticale as van het lichaam en –> de lijn die het punt tussen de wenkbrauwen en de achterhoofdsknobbel verbindt.

images
Pijnappelklier = pineal gland

Van hersenonderzoekster Saskia Bosman leerde ik het volgende. De pijnappelklier is o.a. een producent van visionaire hormonen, die maken dat we levendige beelden kunnen krijgen van wat buitenzintuiglijk ervaarbaar is, indien we afgestemd zijn op bepaalde vibraties in de kosmos. Die afstemming gebeurt zeer waarschijnlijk via kristalletjes in de pijnappelklier, die je kunt zien als een ‘kosmische antenne’, aldus Saskia.

De kennis van de pijnappelklier is van alle tijden. Men sprak ook wel van ‘het derde oog’, het waarnemingsorgaan dat ‘bovennatuurlijke kennis’ mogelijk zou maken. Zeer lang geleden maakte de pijnappelklier het voor de mens mogelijk veel dieper in verbinding met de kosmos te leven dan we nu gewend zijn. Maar ook als een mens nú in staat is afgestemd te zijn op de kosmos (denk aan mensen die helderziend zijn, helderhorend of heldervoelend), mogen we aannemen dat de epifyse daarbij een rol speelt.

 

a 2003 En Route 100 x 100 (2)
Beeld Wim Ridder

Waarom kies ik voor dit onderwerp? Omdat de overgang  ‘stoffelijk – onstoffelijk’ mij mateloos  intrigeert. Ergens moet er een fysieke verbinding zijn tussen onze hersenen en het veronderstelde veld van energie waarin wij bestaan (akasha-veld, nulpunt-energie-veld, morfisch veld). Of beter nog: velden. Volgens mij (en anderen) heeft elk veld zijn eigen frequentie, waardoor er vele velden door elkaar heen kunnen bestaan, c.q. vibreren.

In eerdere blogs (Invloed op je ‘onbewuste zijn’ (14) en Spirituele piekervaring (17)) kwam al aan de orde dat er voorbij het stoffelijke een werkelijkheid van enkel energie is, van vibraties. Die trillingen dragen een onwaarschijnlijke hoeveelheid informatie in zich. Als we ons openen voor de informatie die met onszelf te maken heeft, kunnen we die — na enige oefening — ontvangen

Je kunt je pijnappelklier de kans geven zich aan te dienen, door te visualiseren dat je hoofd helemaal leeg is, totaal leeg, een vorm zonder massa … en je dan te focussen op die piepkleine dennenappel. Gebruik je gedachtekracht om je liefde te richten en je vibratie te verhogen … en wacht af … !

Graag verwijs ik wederom naar de workshops van Saskia Bosman. Zij heeft twee studiedagen over de pijnappelklier ontwikkeld, die plaats hebben op verschillende locaties,  verspreid over het land. (Zie ook Het wijze brein van de cel (15) en http://inspiradiance.nl)

Spirituele kijk op orgaandonatie (18)

Gesteld, je hebt een ziek orgaan en je kunt dat laten vervangen door een orgaan van een donor, wat gebeurt er dan op het spirituele vlak? Wat is het wezenlijke verschil tussen jouw orgaan en het orgaan van de donor? Een belangrijk verschil is dat het ene orgaan ziek is en het andere niet. Maar het wezenlijke verschil is dat het ene orgaan van jou is en het andere orgaan van een medemens.

Wat is het fundamentele verschil tussen mensen in het algemeen, dus tussen jou en die ander? Wat bepaalt het verschil tussen joúw persoonlijke identiteit en de persoonlijke identiteit van die ander? Met die vraag ben ik terug bij Bruce Lipton, wiens visie reeds ter sprake kwam. Lipton ziet het zo: ieder van ons bezit een unieke biologische en spirituele identiteit (‘Biologie van de overtuiging’, p. 210).

Blog 15 en 17: het celmembraan heeft unieke eiwit-receptoren en -effectoren, die de cel aansturen. “Daar bevinden zich ook de identiteitsreceptoren, die de ene persoon van de andere onderscheidt,” zegt Lipton. Een deel daarvan houdt verband met de functies van het immuunsysteem. Wat betekent dit voor orgaantransplantaties?

Je kunt zeggen: een orgaantransplantatie heeft een medisch en een spiritueel aspect.
Het medische aspect: wanneer een orgaan vrijkomt voor donatie, zoekt men naar een gunstige match tussen de immuunsystemen van donor en ontvanger, zodat het risico op afstoting van het getransplanteerde orgaan wordt beperkt.
Het spirituele aspect: wat betekent het voor de donor een orgaan af te staan, en voor de ontvanger het ‘beheer’ te krijgen over een orgaan dat de identiteit van een ander draagt?

Landfschap 2005-06 21x19 (2)
Beeld Wim Ridder    

We zoemen in op een harttransplantatie. Jij bent na een succesvolle operatie de eigenaar geworden van een nieuw hart. Je bent daar heel gelukkig mee, maar opeens merk je op dat er veranderingen optreden in je voorkeuren en gedrag … . Ja, dat gebeurt:

De Amerikaanse Claire Sylvia kreeg na haar harttransplantatie opeens zin in bier en gebraden kip, gewaarwordingen die zij daarvoor nooit had  gehad. Na onderzoek blijkt de donor een liefhebber te zijn geweest van bier en gebraden kip. Deze ervaring beschreef Sylvia in haar boek ‘Hart en ziel’. Andere boeiende voorbeelden van ‘overdracht’ vind je in het boek van Paul Pearsall, ‘Het geheugen van het Hart’.

Het loutere feit van die ervaringen is voor Lipton een bevestiging van zijn inzicht dat mensen bepaald worden door hun energetische blauwdruk. Via de identiteitsreceptoren op celmembranen, wordt ons individuele bestaan bepaald door een subtiele verbinding met de kosmos, het universum, God, het veld, of welke naam je er ook aan wilt geven. Die verbinding bestond al voor onze geboorte en gaat door na onze dood …

Dus het orgaan van een overleden donor kan nog verbonden zijn met diens energie. Dat is de reden waarom een orgaandonatie niet alleen maar een medische ingreep is, maar ook ingrijpt op het voelen en denken van de ontvanger. Is er een manier om hiermee om te gaan?

Hiervoor zoek ik een antwoord in de ‘Openbaring van Maria over de spirituele aspecten van orgaandonatie’, ontvangen door het medium Gabriela Gaastra-Levin (hoofdstuk 22 uit het boek ‘Over de Goddelijkheid van de mens, deel II’). Een aanrader, ook als PDF te vinden op internet! Maria benadrukt in het stuk o.a. dat een orgaandonatie op spirituele wijze voorbereid en begeleid dient te worden. De daarvoor gegeven rituelen – een vijftal – vind je wél in het boek, niét op internet.

Deze rituelen beogen dat het te doneren orgaan energetisch wordt ‘leeggemaakt’ door respectievelijk de donor, een vertegenwoordiger van de donor en door diens naasten; en dat het ontvangen orgaan wordt ‘gevuld met bewustzijn’ van de nieuwe eigenaar, door hemzelf en door zijn naasten.
In de woorden van Lipton kun je zeggen dat daarmee de identiteitsreceptoren van cellen in het gedoneerde orgaan worden afgestemd op een veranderd signaal ‘uit de omgeving’!

Spirituele piekervaring (17)

Deze keer gaat het over jou, je lichaam en de veel grotere ruimte die je eigenlijk inneemt, als lichtlichaam. Waarom wordt dit maar door weinig mensen opgemerkt? Waarom is het voor de meeste mensen onbestaanbaar, aangezien het onzichtbaar is en niet ‘ervaren’ wordt?

Laat dus, voor zover je tot die laatste groep behoort, wat ik opper een hypothese voor je zijn. Dat wil zeggen: je accepteert een lichtlichaam als mogelijke waarheid, totdat je zeker weet dat het niét waar is.

Ons lichtlichaam bestaat uit ijle energie en bepaalt mede wie wij zijn als menselijk wezen. Het functioneert tevens als bewust of onbewust voertuig naar de kosmos.

Een heel enkele keer gebeurt het dat je als mens opeens volledig ‘on line’ bent met die onzichtbare verbinding naar de kosmos. Dan beleef je iets extreem bijzonders, een mystieke ervaring, iets wat je totaal overweldigt en wat je voor altijd verandert: je hebt LICHT ervaren.

Mij gebeurde dat toen ik 17 jaar oud was en met regelmaat yoga beoefende. Daaraan was ik begonnen om van slaapproblemen af te komen, op advies van dokter Rama Polderman. Het werkte, maar – sterker nog – het beoefenen van yoga werd een doel, een kracht in zichzelf om tot werkelijke ontspanning te geraken.

Op zekere avond, op een moment dat ik totaal ontspannen was, werd ik gegrepen door een geluks- en licht-ervaring die met geen woorden te beschrijven is. Het deed me beseffen dat er iéts ten grondslag ligt aan ons leven op aarde, waar we doorgaans niet bij kunnen komen. Het contact daarmee ervaar je als genade. Want elk bewust stréven naar zo’n ervaring is vruchteloos, omdat je ego er per definitie niet tussen mag/kan zitten.

lightbody_01

Nu maak ik weer een sprong naar Bruce Lipton, over wie ik al eerder schreef.
Lipton kwam via een overweldigende ervaring tot het inzicht dat wij via onze cellen in verbinding staan met de essentie van wie we eigenlijk zijn. Ook hij was op dat moment ‘on line’ met wie hij werkelijk is en met de boodschap die hij te brengen had. Tegelijkertijd besefte hij de impact van zijn vondst voor elke mens op aarde.

Cellen functioneren via hun wijze membraan (zie het voorlaatste blog), dat boodschappen opvangt via ‘receptoren’ en reageert met ‘effectoren’. Receptoren en effectoren zijn specifieke eiwitten. Effectoren sturen weer andere eiwitten aan in de cel, waardoor de cel leeft, waardoor organen en weefsels leven, en waardoor het totale menselijke organisme van leven doordrongen is. Lipton beschrijft het zo, in de epiloog van zijn boek ‘De biologie van de overtuiging’ (p. 209):

“De cel vertoont gedrag wanneer het brein ervan, het membraan, op signalen uit de omgeving reageert. In feite is elk functioneel eiwit in ons lichaam gevormd als een complementair ‘beeld’ van een signaal uit de omgeving. Als een eiwit geen complementair signaal had waaraan het zich kon koppelen, zou het niet functioneren. Dit betekent, zoals ik besloot in dat aha-moment, dat elk eiwit in ons lichaam een fysiek of elektromagnetisch complement is van iets in de omgeving. Omdat wij machines zijn die uit eiwitten bestaan, zijn we per definitie geschapen naar het beeld van de omgeving; die omgeving is het universum of, voor velen, God.”

Wat de betekenis van dit alles is voor onze identiteit op aarde komt een volgende keer aan de orde.

Midwinter en spirituele groei (16)

Er wil iets gewekt worden in deze tijd van het jaar. In vroegere jaren dacht ik dat het aan mijzelf lag: dat gevoel van onvrede in december. Ondanks de kerstboodschap kon ik somber worden, van al het gedoe en de focus op bijzaken …

Heb ik in het verleden iets over het hoofd gezien? Is er iets speciaals in dit jaargetijde dat een rol speelt? Worden we misschien getriggerd door iéts in de atmosfeer, dat ons jaarlijks terugbrengt bij de meest basale opdracht die het leven ons stelt, maar waar we vaak te weinig aan toekomen? Die opdracht is, zoals ik het voel, ons bewust te worden van ons ‘ware zijn’ en de volgende stap te zetten op de weg van voortschrijdend bewustzijn.

Zó drukt Neale Donald Walsh het uit in zijn boek (Conversations with God’ (‘Een ongewoon gesprek met God’): jezelf bewust ervaren als een lichaam, een geest (Engels: mind = denken + voelen) én een ziel. Je ziel is ruimer dan je geest is ruimer dan je lichaam.
De stem van God in het boek van Walsh spoort je aan te streven naar ‘the next grandest version of the greatest vision you ever had about yourself’.

In de winter trekken flora en fauna, bomen en struiken zich terug tot diep in de aarde of net daarboven. Zij nodigen je uit méé te voelen met de natuur en ook de diepte op te zoeken. De aloude vragen dienen zich aan: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naar toe?

IMG_7496 (2)
Foto Wim

“Was er maar een soort van blauwdruk, die mijn leidraad kan zijn,” hoor ik iemand verzuchten, “want hoe weet ik nou …. ?” Volgens mij kun je op meerdere manieren zicht krijgen op je essentie. Daarmee bezig zijn leidt tot spirituele groei.

Steeds meer samenvallen met wie je werkelijk bent, hoe doe je dat? Allereerst oog hebben voor de behoeften van je lichaam, voor de inzichten van je geest en voor de ruimte van je ziel. Het besef toelaten dat er hulp is, van je beschermengel, je gids of welke (geestelijke) steun je je maar kunt voorstellen: noem het goddelijke leiding, op elk niveau van je zijn.

Een echte blauwdruk vind je, naar mijn mening, in de horoscoop van je geboortemoment. Als je nieuwsgierig bent naar je spirituele wortels, verdiep je dan eens in astrologie. Zelf heb ik veel gehad aan de boeken van Karen Hamaker-Zondag.

Nadat je de midwinter-rust op je hebt laten inwerken, sta je op uit de aarde en neem je een opstapje naar je hogere zelf. Je gunt jezelf vanaf dat hogere punt uit te kijken op je leven. Met een nieuwe blik aanvaard je wat het leven je tot nu toe heeft gebracht. Met mildheid kijk je daarbij naar jezelf en anderen.

Je hogere zelf biedt je nu de inspiratie je te verbinden met wat er komen gaat, op kortere en op langere termijn. Zit je in de lijn van verwerkelijking van al je mogelijkheden of valt er nog een nieuw potentieel aan te boren? Waarop wil je gericht zijn? Waar word je blij van? Waar wil je naar uitreiken? Wanneer voel je je gekoesterd?

Zo begeef je je in het proces van spirituele groei. Die groei, daar gaat het om, altijd weer, steeds verder. Het is een heel verschil of je groeit door strijd, door met vallen en opstaan het hoofd te bieden aan de dingen die je (schijnbaar) overkomen, óf dat je groeit door daar zelfbewust en uit liefde aan te werken. Waar kies jíj voor?

Ere zij God, vrede op Aarde, in de mensen een Welbehagen …

Ik wens je fijne feestdagen en alle goeds voor 2018!