36. Adembewustzijn I

Ademen is het eerste wat je doet als je geboren wordt en het laatste dat stopt als je sterft. Ademen is dus wezenlijk om te kunnen leven. En toch hebben we het er nauwelijks over. Ademen gaat zo vanzelf dat we eigenlijk niet waarnemen dat we het doen.

Een mens kan langdurig zonder voedsel, veel korter zonder water, maar nauwelijks zonder zuurstof. Zo zijn we dagelijks bezig met ons eten en drinken, want daar moeten we zélf voor zorgen. We letten echter niet op of we wel voldoende ademen, want het inhaleren en ‘exhaleren‘ van lucht gaat zó vanzelf dat we er niet bij stilstaan. Tenzij … we intensief sporten, een longziekte hebben of last hebben van vervuilde lucht, maar dat zijn andere onderwerpen.

Niettemin is ademen iets buitengewoons. Zo heb ik dat ervaren toen ik in mijn tienerjaren op mijn eentje aan yoga deed. Aangemoedigd door de grondlegger van yoga in Nederland, dokter Rama Polderman, las ik met rode oortjes zijn eerste boek daarover en begon ik ásana’s te oefenen.
Verder gaf hij aanwijzingen voor diverse ademoefeningen, pranayama geheten [‘ayama’=verlengen van ‘prana’=vitale energie]. Prana is waar het om draait bij de (yoga)-ademhaling, prana adem je in en uit. Het is levensenergie: die universele of kosmische energie, waarvoor we ook het Chinese begrip Chi kennen.

Fragment van een gebrandschilderd kerkraam, ontworpen door Marc Mulders in 2016, voor de Grote of Sint-Janskerk in Gouda. Foto Wim Ridder

In mijn jonge yoga-jaren – ik was zo’n 16, 17 jaar oud – heb ik bewust ademen als weldadig leren beleven. Voor het eerst werd ik spiritueel aangeraakt. Dit was mede mogelijk omdat ik daar de tijd en de ruimte voor had. Eerlijkheidshalve vertel ik dat die vaardigheid van het bewuste ademen mij in latere jaren weer is ontglipt.

Maar de zoete herinnering bleef. In de loop van mijn leven heb ik mij verdiept in meerdere ademsystemen. Er verschenen boeiende boeken over de adem, boeken die allemaal wel iéts te bieden hadden. Soms oefende ik ook volgens de aanwijzingen in zo’n boek. Toch ben ik naar die echte (ver)lichtende ademervaringen nog steeds op zoek.

Onlangs besloot ik dit aan te pakken. In die aanpak – die ik graag met jullie deel – onderscheid ik vier fasen van adembewustwording. Ten eerste: gewaar worden wanneer je adem tekortschiet; ten tweede: daar bewust bepaalde oefeningen tegenover stellen; ten derde: bemerken dat je dat soms als een weldaad ervaart; ten vierde: dichterbij je essentie komen. Omdat je je meer bewust wordt van je adem, keer je weer terug naar de eerste fase.

Op deze manier heb ik dit in schema gezet: een cirkel met een horizontale en verticale as. Als je dit goed bekijkt, zie je dat er een wisselwerking plaats heeft tussen fysieke en psychische aspecten van jezelf. In de eerste en derde fase ben je gefocust op het ervaren van je lichaam, in de tweede en vierde fase speelt vooral je psyché een rol.

  1. Wanneer schiet je adem tekort? Teveel afleidingen na elkaar of tegelijkertijd doet een mens de adem inhouden. Dit leidt tot onregelmatig ademen, gespannen spieren in het ademsysteem; met spanning ook in middenrif en buik.
  2. Wanneer je bewust werkt – volgens welke methode dan ook – aan een regelmatige, ontspannen ademhaling, kalmeert je geest, word je minder gehinderd door ‘mind-chat’ en hebben afleidingen minder vat op je.
  3. Dit heeft effect op je hele lichaam, dat in zijn geheel zal reageren op de oefeningen. Een deel van het zenuwstelsel neemt het over en zal de effecten nog versterken: een niet vermoede weldadigheid kan je overspoelen.
  4. Op zulke momenten kun je beter voelen en ervaren wie jij in wezen echt bent. Je komt uit bij datgene in jou dat blijvend is, je essentie. Deze ervaring moedigt je aan door te gaan met de oefeningen, om je essentie weerkerend te kunnen ervaren.

Over de adem valt nog veel meer te vertellen. Dat bewaar ik voor een volgende keer.
Nu alvast wil ik je wijzen op een recent (2020) uitgekomen boek met de titel ‘Het nieuwe ademen’, door James Nestor. Het is spannend geschreven, gaat uitputtend in op talloze aspecten van de ademhaling en geeft een hele serie ademoefeningen als bijlage.

Een sterfdag herdenken (19)

Op 29 maart 2018 heb ik een kalender gekocht – geen verjaardagskalender, maar een sterfdagkalender. De eerste naam en datum die ik daarop schreef zijn van de overbuurman. Hij is overleden op 14 maart. Daarna noteer ik uiteraard ook de sterfdagen van mijn ouders, mijn onlangs overleden zusje en anderen.

Nu ik driekwart eeuw geleefd heb, krijg ik steeds meer voeling met de impact van de zogenoemde ´derde fase´. De periode waarin je het werkende leven achter je hebt gelaten en zoekt naar nieuwe invullingen. `Ga vooral genieten, zolang het nog kan!´ is een uitspraak die leeftijdgenoten bekend zal voorkomen. ´Want straks kan het niet meer, oh … het leven is maar zo kort …`. Triestheid dus maar onderdrukken … ?

Of ruimte geven aan wat daaronder stroomt … het leven, levensenergie? De energie waarmee elk mens begiftigd is. Levensenergie, die vooral tot uiting zal komen naarmate een mens meer vertrouwd raakt met zijn derde fase. Eerder kan natuurlijk ook. Die fase gaat voor de meesten in nadat ze de 65 zijn gepasseerd, maar ook jongeren met een ziekte kunnen er vroegtijdig in terecht komen.

De buurman was 72 toen hij overleed aan de gevolgen van COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease). Dat betekende o.m. dat hij meer dan 10 jaar met extra zuurstof heeft moeten leven. De blijmoedigheid waarmee hij dat aanvaardde was heel bijzonder, en bemoedigend voor zijn omgeving. De derde fase heeft hij ten volle geleefd.

Waarom nu die sterfdagkalender? Dan kan ik volgende jaren op 14 maart bewust stilstaan bij zijn heengaan dit jaar: hem nog eens in gedachten nemen. En dat gaat ook gelden voor de andere overledenen die een plaats krijgen op mijn kalender: de datum dat ze zijn gestorven, met tussen haakjes hun geboortedatum.

IMG_2333 (2)
Beeld Wim Ridder

Naar mijn overtuiging wordt iemand die door de poort van de dood is gegaan – zoals antroposofen zo mooi zeggen – herboren in het hiernamaals, dan wel het ‘hiervoormaals’. Een nieuwe ‘fase van zijn’ breekt aan, in de opeenvolging van levens van de ziel. Deze bevindt zich dan in de geestelijke wereld, waar van ruimte en tijd geen sprake meer is en waar zich processen afspelen die het begrip van ons als aardebewoners te boven gaan. Liefde, wijsheid en vrede omstralen degenen die ontwaken in die nieuwe zijnstoestand …

Mijn streven is om op de sterfdag van geliefde gestorvenen contact met hen te zoeken. Hoe? Waarom? De wijze waarop ik dat wil doen is: in meditatie gaan en mij afstemmen op hem of haar, b.v. met behulp van een foto of een specifieke herinnering. Op het niveau voorbij denken en voelen kun je je bewust worden van de verbinding die er was en in principe nog steeds is … of meer dan dat.

De reden waarom ik hiervoor kies is dat die bewust gezochte verbinding de betrokkene goed zou kunnen doen. Het kan ook dat de geliefde dode mij nog iets wil meedelen of overbrengen, op het subtiele niveau waarover het hier gaat. Dat versterkt de band tussen ons en geeft mij nieuwe kracht en inzichten.

Herdenken van iemands sterfdag kun je ook doen met elkaar. Een vriendin vertelde me hoe zij, op de datum waarop haar man ‘te vroeg’ de aarde verliet, met kinderen en kleinkinderen vorm geeft aan zo’n viering – met een foto, veel bloemen en een bezoek aan het graf. De kleinkinderen ‘praten met’ hem en bouwen zo een band op met de opa die ze nooit hebben gekend …

Het idee van de sterfdagkalender kwam ik tegen in het boek van Renée Zeylmans, ‘Stervensbegeleiding : Een wederzijds proces’ (2015).
Tevens verwijs ik graag naar twee boeken van Hans Stolp: ‘Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd” (2012) en ‘Omgaan met gestorvenen : Leven voorbij de dood’ (samen met Margarete van den Brink, 2000).