Meer over de bijna-dood-ervaring (11)

Door de grenzen van de wetenschap te verkennen zoekt cardioloog Pim van Lommel in zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn’ naar verklaringen voor de bijna-dood-ervaring (zie ook het voorlaatste blog). Immers, de reguliere opvattingen van de wetenschap op dit gebied ontkennen dat een bijna-dood-ervaring (BDE) überhaupt mogelijk is. De gangbare wetenschap aanvaardt alleen die deelaspecten van een BDE, die mogelijk op te wekken zijn op specifieke plekken in de hersenen.

Nu wil ik de discussie over een andere boeg gooien en uitgaan van de vóóronderstelling dat een BDE wél mogelijk is. Daarvoor veronderstel ik dat er een universum bestaat dat vol is van bewustzijn, van eindeloos, liefdevol bewustzijn. Pas als absoluut aantoonbaar is dat zo’n universum niet kán bestaan, dán kan een BDE ook niet mogelijk zijn.

IMG_3615 (1280x937)
Via de kwantumtheorie, komt Van Lommel uit bij de zogenoemde ‘non-lokale ruimte’, de ruimte waar alles energie is, vibreert, via ontelbaar vele frequenties. Het ervaren of waarnemen van die frequenties is een vorm van bewustzijn in zijn puurste vorm.

Wanneer je een bijna-dood-ervaring hebt, maar ook wanneer je echt sterft, ga je over van een waakbewustzijn dat hoort bij jouw persoon op aarde, naar een hoger bewustzijn. Daar ervaar je jouw essentie weer en blijk je je thuis te voelen in dat grootse universum, door Van Lommel non-lokale ruimte genoemd: een ruimte, niet bepaald door plaats (of tijd).

Hoe zit het intussen met de werkzaamheid van de hersenen? Bekend is dat je waakbewustzijn mede dankzij je hersenen functioneert. Voor het ervaren van het hogere bewustzijn blijken hersenen niet nodig te zijn. Dat laat immers de bijna-dood-ervaring zien die kan optreden, ook wanneer de hersenen zijn uitgeschakeld – door een hartstilstand of tijdens volledige narcose.

Het lijkt bij een BDE alsof je een sprong maakt van ‘zijn op aarde’ (waakbewustzijn) naar ‘niet-zijn op aarde’ (hoger bewustzijn). Overkomt je die overgang of ben je er zelf bij betrokken? Naar mijn inzicht is de overgang minder passief dan het lijkt.
Een bepaald begrip kom je namelijk bij Van Lommel niet tegen: het hogere zelf (het ‘ik’ bij de antroposofen). Het hogere zelf is voor mij dé verbinding, de intermediair, tussen die twee soorten van bewust-zijn: het waakbewustzijn en het hogere bewustzijn.

Overigens: het proces van bewustwording van je hogere zelf beïnvloedt de kwaliteit van je hersenen. Daarover een volgende keer.

Je kunt ernaar streven vanuit je hogere zelf naar je persoonlijkheid te kijken en je te wijden aan je aardse taken. Tegelijkertijd zoek je vanuit je hogere zelf bewust naar de verbinding met jouw essentie – de kern van wie jij bent als een levend wezen dat altijd blijft bestaan – je ziel, zo je wilt.

Die essentie beleef je bij het ervaren van een bijna-dood-ervaring. Opeens staat jouw essentie je nader dan je persoonlijkheid op aarde. Je blijkt nog een heel andere inhoud te hebben die je als werkelijk ondergaat – als onderdeel van een geestelijke wereld die je alleen maar kon bevroeden.

Intermezzo: compassie (10)

Deze keer een andere inhoud dan het voorgenomen vervolg op ‘De bijna-dood-ervaring’.

We leven in roerige tijden: in de wereld, in Nederland (en andere landen) en op persoonlijk niveau (in ons geval de zorgen om een ziek familielid). De vraag is in hoeverre al die reuring wordt opgeroepen door het astrologische feit dat al maanden de planeet Uranus ‘vierkant’ (= 90°) op de planeet Pluto staat. Uranus en Pluto vertegenwoordigen confrontatie, transitie en transformatie.

Deze samenstand, een zogenaamd ‘strijd-aspect’, vraagt de mensheid als geheel, én de mensen persoonlijk, in het geweer te komen tegen negativiteit en zich bewust te worden van nieuw potentieel voor de aarde dat – goedschiks of kwaadschiks – wil doorbreken. Overigens, na half maart, verloopt deze explosieve relatie tussen Uranus en Pluto … zullen we het merken?

IMG_6313 (1280x960)
Graffiti in Berlijn (foto Wim)

Recent, in januari, is een boekje uitgekomen van Ervin Laszlo, met de titel ‘Beyond Fear and Rage’ (Voorbij angst en woede). Hierin gaat Laszlo, samen met een twintigtal medewerkers en gelijkgezinden de uitdaging van deze tijd aan, door een antwoord te zoeken op de vraag: wat is in essentie nodig om de negatieve machten die zich aandienen het hoofd te bieden?

Ervin Laszlo, van origine een Hongaarse pianist, is een van de grootste, grensverleggende denkers van de vorige eeuw, en nog steeds. Hij is – als oprichter van de Club van Boedapest – enorm betrokken, zowel bij oplossingen voor milieuproblemen, als bij de evolutie van de mens op het vlak van bewustzijn. Sinds het begin van de jaren ‘90 heeft hij zijn perspectieven ontvouwd in een vijftiental boeken. Vele daarvan zijn vertaald in het Nederlands, – soms overigens niet zo makkelijk om te lezen.

Zijn laatste boekje, Beyond Fear and Rage, is meer een manifest (nog niet vertaald). Het is uitgegeven onder druk van de tijdgeest, om in kort bestek te essentie beschrijven van waar het eigenlijk om gaat. Enkele auteurs aan het woord:

Ervin Laszlo: ‘We moeten wegen vinden die het mensen mogelijk maakt te communiceren met de hoogste energieën in het universum om nieuwe niveaus van begrip te bereiken, die zullen resulteren in werkzame oplossingen voor de huidige problemen. De tijd voor zelfgenoegzaamheid is al lang verstreken. Het is tijd voor compassie, gecombineerd met radicaal denken. Het laatste kan niet zonder die compassie, een bewustzijnskracht die aan de wieg stond van het universum.’

Christopher Bache: hoe lang nog zal het op het ego gerichte bewustzijn de norm zijn: dit beperkte bewustzijn dat uitgaat van de scheiding tussen mensen, dat persoonlijke welvaart nastreeft en dat voorbij ziet aan duurzaamheid. Wat is er nodig om de mensheid collectief tot het inzicht te brengen dat er een laag van bewustzijn is waarin we eenheid beleven en van waaruit mensen keuzes maken op grond van compassie?

Gary Zukav: de intentie bij alles wat je doet, daar gaat het om. Een daad kan hetzelfde ogen. Echter, als de intentie liefde is, zijn de consequenties van die daad anders dan als de intentie angst is. Het is een keuze, je handelt óf vanuit liefde óf vanuit angst.

Helemaal nieuw zijn deze inzichten ook weer niet, want dit gedichtje was al de lijfspreuk van mijn moeder en mijn grootmoeder:

Love ever gives, forgives, outlives
And ever stands with open hands
And while it lives, it gives
For this is love’s prerogative
To give and give and give …

De bijna-dood-ervaring (9)

Als er in mijn kindertijd sprake was van een sterfgeval was iedereen treurig en in tranen. Maar ik was niet in staat te jammeren. Ik weet niet waarom. Die emotie diende zich eenvoudigweg niet aan. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Toen in 2003 mijn moeder was overleden, heb ik me naast haar doodsbed bijna geforceerd om te kunnen huilen. Toen het verdriet me overviel, was het wel echt. En wat gebeurde er? In een flits voelde ik mij aangeraakt door haar onzichtbare aanwezigheid en ik wist dat ik op dat moment echt contact met haar had; zij was mij komen troosten en op die manier liet zij mij weten dat zij oké was.
Waar was zij, in welke vorm? Zou ze al een ervaring hebben gehad zoals mensen beschrijven die terugkomen van een  ‘bijna-dood-ervaring’ (BDE)? Zou ze mijn vader al hebben ontmoet, die vier maanden eerder was gestorven?

2016-10-23-5-kopie
Collage en foto Wim

Sommige mensen die klinisch dood zijn geweest blijken ervaringen te hebben gehad, die een diepe indruk bij hen achterlieten – zoals het omgeven worden door een groot licht en het ervaren van onvoorwaardelijke liefde, van eenheid en diepe verbondenheid met anderen. Dat geeft mij troost.
Het fenomeen BDE omschrijft de cardioloog Pim van Lommel aldus:

“Een bijna-dood-ervaring is een geestelijke ervaring die kan optreden tijdens een periode van klinische dood, maar ook tijdens een stervensproces of soms zonder duidelijke aanleiding. De bijna-dood-ervaring is een universele ervaring die over de hele wereld en door alle tijden heen wordt vermeld, die onafhankelijk is van leeftijd, intellect of godsdienst.”
(Deze definitie vond ik op de website www.bijnadoodervaring.nl.)

Een ervaring die ‘over de hele wereld en door alle tijden heen wordt vermeld’. En waarom is er dan toch zo weinig over bekend? Door die onbekendheid zijn mensen die een BDE hebben gehad dikwijls een groot deel van hun leven bezig die ervaring zelf te verwerken. Hun omgeving wenst er niet voor open te staan. Artsen, noch familie, noch vrienden tonen zich bereid een oor te lenen aan de BDE’er, die zo bijzonder graag over zijn of haar diepgaande ervaring zou willen vertellen.

Vele mensen komt het fenomeen BDE zó ongeloofwaardig voor dat zij zich afsluiten voor de verhalen erover, verhalen die uit een andere wereld lijken te komen en die zich niet laten rijmen met gangbare opvattingen en overtuigingen. Zeker in de wetenschappelijke wereld is er weinig belangstelling voor: ‘zaken die fysiek niet aantoonbaar zijn kúnnen toch niet bestaan, kúnnen toch niet waar zijn … ?’
Het verschijnsel bijna-dood-ervaring is bij uitstek een gebied waar wetenschapskennis – gericht op het materiële – in botsing komt met spirituele inzichten – die gericht zijn op het immateriële. Wetenschap lijkt onverenigbaar met spiritualiteit.

Wanneer door een hartstilstand of ziekte of ongeluk de hersenen van een mens niet meer functioneren, wordt aangenomen dat die mens ‘buiten bewustzijn’ is. Maar als die persoon weer bijkomt, blijkt hij of zij helder bewuste ervaringen te hebben gehad en zelfs nauwkeurig te kunnen vertellen, b.v.  over de operatiekamer en de operatie die hij/zij heeft ondergaan. Hoe kan zoiets?
Op deze prangende vraag heeft Pim van Lommel een antwoord gezocht dat recht doet aan het wetenschappelijke denken. Een volgende keer probeer ik deze materie verder in kaart te brengen.

Voel je vrij hieronder te reageren. Zo’n reactie wordt niet direct gepubliceerd; ik krijg daarvan eerst een email en kan beslissen of ik de reactie wel of niet aan het blog wil toevoegen. Als je dat liever niet hebt, dan gebeurt het niet. Als je een opmerking maakt of een vraag stelt aan mij persoonlijk, antwoord ik jou ook persoonlijk. Laat het gewoon even weten in je bericht!

Vrij bewustzijn (8)

Onder vrij bewustzijn versta ik het ‘bewuste zijn’ dat een mens kan beleven buiten de hersenen om. Pim van Lommel heeft door zijn onderzoek naar bijna-dood-ervaringen (BDE’s) aangetoond dat zo’n bewustzijn bestaat.

Ooit, ik was 31, heb ik onze auto, een rode Citroën Deux Chevaux, ‘total loss’ gereden. Daarbij heb ik mijn eigen dood in de ogen gekeken, en die van mijn twee peuters. Het liep wonderlijk goed af, zonder kwetsuren. Kort nadat ik weer op mijn twee benen stond en ik wist dat men zich ontfermde over de jongetjes, ‘was ik er weer’ en tegelijk ‘was ik er niet’. Want op dat moment was mijn bewustzijn nog even niet teruggekeerd in mijn hoofd. Het zweefde ergens daarboven. In een flits kwamen gedachtes langs als: ‘hé, waar ben ik?’ en ‘zo gaat het dus als je sterft …’. En toén was ik al weer terug in mijn hoofd en mijn lijf; ik was buitengewoon dankbaar … !

Hoe zit dit? Hoe zou het zijn gegaan als ik door het ongeluk wél buiten bewustzijn was geraakt? Zou ik dan, ondanks een uitgeschakeld zijn van hart of hoofd, toch dat bewustzijn buiten/boven mijn lichaam beleefd hebben? Was ik toen dus in contact met mijn vrije bewustzijn?
En hoe zou het dan verder zijn gegaan? Op slag dood, óf een bijna-dood-ervaring, waarna ik weer tot bewustzijn kwam? Maar waarbij ik me toch de toedracht van het ongeluk en wat daarna gebeurde zou kunnen herinneren?

Over dat vrije bewustzijn, dat zich volgens mij en volgens Van Lommel en vele anderen los van de fysieke hersenen kan manifesteren, wil ik het nu hebben.
Het is een bewuste staat, die boven denken en voelen uitgaat. In die staat, waarin je je ‘van jezelf bewust’ bent, hoéf je niet te denken en te voelen, alleen maar waar te nemen. Dat is ‘bewust-zijn ervaren’, een staat die o.a. in meditatie te bereiken is.

Hoe vaak en hoe makkelijk kun je nu eigenlijk in contact staan met dat vrije bewustzijn? Dat hangt af van je verlangen en je bekwaamheid om het ‘te vinden’.
Het ‘verlangen’ is de authentieke, in diepte toenemende wens van mensen om die staat te bereiken, naarmate ze bewust evolueren als (extensie van hun) ziel.
‘Bekwaamheid’ daartoe maak je je eigen door een spirituele leerweg te volgen. Er zijn er vele; je kiest uiteindelijk voor de weg die bij je past.

Natuurlijk kun je dit vrije bewustzijn ook spontaan beleven, als geluk, als een genade, wanneer jou een glimp toevalt van een grotere, meerdimensionale werkelijkheid – een uitzicht, als door de kier van een deur, op een geweldig panorama …

Dank voor het lezen en alle goeds gewenst voor 2017!

Zijn wij ons brein? (7)

Wat zijn wij in de eerste plaats, ons brein of bewustzijn? Nadat ik begonnen ben aan het nieuwe boek van hersenonderzoeker Dick Swaab, ‘Ons creatieve brein : Hoe mens en wereld elkaar maken’, dringt deze vraag zich op. Zijn vorige boek liet ik links liggen omdat ik weinig kon met de uitspraak en de titel van dat boek, ‘Wij zijn ons brein’.

Het nieuwe boek ziet er aantrekkelijk uit, bevat veel (kunst- en brein-)plaatjes en interessante anekdotes, en triggert mijn interesse in de werking van hersenen. Ik lees het met rooie oortjes en kan niet wachten tot het eind, waar Swaab komt met zijn stellingname inzake ‘de vrije wil’. Die volgens hem dus niet bestaat. Maar, ontdekte ik, hij komt er ook niet helemaal uit.

Onder vrije wil versta ik zelf dat je, wanneer je dat wilt, in staat bent bewust te kiezen tussen alternatieven.

De vrije wil is volgens Swaab een illusie. Weliswaar een prettige illusie, want mensen hebben toch vaak het idee dat ze zélf iets willen en zélf een besluit nemen om iets te doen. Zelf ontplooide professor Swaab in zijn leven vele initiatieven: hij was b.v. een van de oprichters van de Nederlandse Hersenbank (1985). Uit het boek komt hij naar voren als een krachtige, aimabele persoonlijkheid, met een eigen wil … Toch een illusie?

Het onterechte idee dat wij een vrije wil hebben, zegt hij, is evolutionair zo gegroeid, ter bescherming van ‘de sociale groep’ en het groepsleven. Als we dat idee niet koesterden, zou defaitisme de boventoon gaan voeren; en dat werkt nu eenmaal niet …

Zoals vele aanhangers en beoefenaars van de gangbare wetenschap, gaat Swaab ervan uit dat alles wat een wetenschapper onderzoekt een materiële basis moet hebben. Voor hem moet het onderzoek naar ‘hoe mensen voelen, denken en handelen’ dus terug te vinden zijn in iets stoffelijks: de hersenen. Het huidige hersenonderzoek verzamelt kennis over wáár in de hersenen wélke impulsen op het gebied van voelen, denken en handelen worden gevonden. Daarvoor wordt het fMRI-apparaat gebruikt, dat met behulp van MRI (Magnetic Resonance Imaging) hersenfuncties scant.

Wat betreft ‘willen’ en ‘een besluit nemen’ hebben de laboratorium-experimenten aangetoond dat ‘het brein al een besluit genomen heeft’, vóórdat de proefpersoon zich van dat besluit bewust is en iets wil. Dus, zegt Swaab, kunnen we niet spreken van een vrije wil, hooguit van een onbewuste wil.

Nu dringt de vraag zich op: hoe komt het dát het brein die onbewuste beslissingen neemt? Volgens hem door het samenwerken van de 80 tot 100 miljard hersencellen, die gezamenlijk tot zo’n besluit komen, zonder dat de mens zich daarvan bewust is. Waarom en hoe doen die cellen dat? Volgens Swaab, door aansturing vanuit ‘het onbewuste’.

Hij definieert het onbewuste echter niet; het is als het ware een ondergeschoven begrip. Het onbewuste dat hij veronderstelt is immers niét terug te vinden in de hersencellen en het hersenweefsel, het basismateriaal voor zijn kennis. Zijn aanname van het ‘het onbewuste’ verzwakt eigenlijk zijn materialistische standpunt.

Mij dunkt dat, áls de mens een onbewuste heeft, aan hem ook bewustzijn kan worden toegeschreven. Volgens Swaab is het bewustzijn echter niet aantoonbaar. Zou het toch kunnen bestaan?
Voor een visie daarop verdiep ik mij een volgende keer in de inzichten van cardioloog Pim van Lommel, die bekend werd door zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’.

De drie guna’s uit de yoga-filosofie (6)

Deze keer stel ik de vraag: wát houdt oudere mensen aan de gang? Is het een voortzetting van het leven zoals het was, is het overleven, is het doorgaan tot de dood het gewone leven afsluit, of is het een proces met diepere aspecten?

En wat gebeurt er eigenlijk met mij, nu, op deze leeftijd, waarbij veel hetzelfde lijkt te blijven, maar waarbij je door het voortgaan van de tijd toch steeds stuit op onverwachte veranderingen? Wat gebeurt er om mij heen, wat doen jongere mensen wel niet allemaal, terwijl ik rustig voortga, de ene dag niet veel anders dan de andere. Als het meezit, ga ik niet gebukt onder acute problemen of langdurige zorgen, die het leven vroeger zo konden bepalen.

Wat houdt mij nu op een prettige manier aan de gang? Los van het sociale bezig zijn, huisgenoot zijn en samen een huishouden runnen, wil ik graag redelijk bijblijven bij wat er speelt in de wereld. Verder ben ik het liefst in de weer met een breiwerk of bezig me te verdiepen in een van mijn interesses op het gebied van lichaam en geest.

In de loop van mijn blogs zal ik steeds wisselen van focus, net naar welke ingang op een zeker moment ‘mijn proces’ voedt. Nu zijn dat de drie guna’s (modaliteiten, hoedanigheden, modi) uit de yoga-filosofie. Waar ik momenteel  mijn leven door laat bepalen, is het ogenschijnlijk eenvoudige onderscheid tussen Sattva, Rajas en Tamas. De filosofische insteek is dat op deze aarde altijd en overal een van de drie modaliteiten de boventoon voert.

  • Sattva staat voor bezinning, overzicht, creatieve inspiratie, zijn en helder bewustzijn.
  • Rajas vertegenwoordigt beweging, energie, streven, agitatie, doen.
  • Tamas staat voor indolentie, stilstand, verdwijning, oplossing, en ook de slaap.

Destijds, in mijn yoga-vormingstijd, bleven deze begrippen abstracties voor mij. Nu ontdek ik dat het spannend is te onderzoeken aan welke hoedanigheid je bezig bent invulling te geven. En ervoor te zorgen dat deze drie, in de loop van een dag, in een dynamisch evenwicht zijn en zo maken dat je  in harmonie leeft met jezelf en je omgeving.
Het betekent dat je niet steeds actief en productief hoeft te zijn. Het is goed te beseffen dat de Sattva-modus – een brede blik en innerlijke rust – net zo belangrijk is en zeker zoveel ruimte mag innemen als de Rajas-modus.
Ik waag me niet aan voorbeelden, want voor elke persoon pakt het zoeken naar balans weer anders uit. Kijk waar jouw onbalans zit en laat er dan je creatieve denken op los!

De huidige samenleving lijkt de Sattva-modus niet te zien als ‘rechthebbend’. Alles is gericht op (over)activiteit, op ‘Rajas’. Mensen laten zich daarin meeslepen en  verliezen zo het oog op Sattva: zij komen niet meer tot rust. Omdat mensen zo gewend zijn geraakt aan de Rajas-modus, vergeten zij momenten die ‘Sattva’ zouden kunnen zijn, die daadwerkelijk zo te beleven. Zij zijn het ontwend en hebben afgeleerd werkelijke ontspanning toe te laten. Wij ‘denken maar door’, zonder boven die gedachten uit te stijgen. Als we daartoe wél in staat zijn, komen we in contact met de creatieve bron die zich aandient in de Sattva-modus.

Stel je een landschap voor met bergtoppen, berghellingen en dalen. Combineer dan Sattva met de toppen, Rajas met de hellingen en Tamas met de dalen en mediteer op deze metafoor …

P.S. Voel je vrij hieronder een reactie te geven of een vraag te stellen. Mijn antwoord volgt!

De innerlijke betekenis van dementie (5)

Als je nadenkt en schrijft over de mogelijk innerlijke betekenissen van een dementieproces, heeft dat direct te maken met je visie op de dood. Houdt het leven van een mens volledig op na de dood van zijn fysieke lichaam? Of is er toch meer aan de hand? Dat laatste is voor sommigen ondenkbaar, voor anderen een vermoeden en voor enkelen een zekerheid. Voor mij is het dat laatste.
Volgens mij zijn wij meer dan ons fysieke lichaam. We hebben een geestelijke kern die ‘gezien wordt’ door de geestelijke wereld, ook al merk je dat niet. De laatste fase van fysieke achteruitgang hoeft daarom niet zinloos te zijn. Want met die fase begint het proces van je losmaken van je lichaam en toegroeien naar de geestelijke wereld. Ook bij mensen met de ziekte van Alzheimer kan dat het geval zijn.

Pastor Hans Stolp schreef het boekje ‘De verborgen zin van dementie’ (2015). In zijn lezing in Amersfoort besprak hij enkele hoofdpunten.

Volgens de inzichten van Stolp kan een mens in de laatste fase van zijn leven – als het al niet eerder gebeurde – terugkeren tot de essentie van waar het in het leven eígenlijk om gaat: het weer herkennen en beleven van de eigen pure kern.
Dat geldt ook voor patiënten met dementie. In dat ‘proces terug’ kan de zieke de dingen die ‘niet belast’ zijn rustig vergeten. Waar deze patiënten wél vaak mee te maken krijgen zijn negatieve emoties: verdriet, boosheid of angst. Emoties die het gevolg zijn van traumatische ervaringen in het verleden, die zij niet hebben kunnen verwerken en – onbewust – hebben ‘weggestopt’.
Er komt ruimte om die ballast van onverwerkte emoties opnieuw te doorleven en vervolgens achter zich te laten. ‘De ziel ruimt op’ en kan zo in een heldere, lichtere staat overgaan naar die volgende fase van bestaan, ‘het leven na de dood’.

Wanneer een Alzheimer patiënt agressief is of depressief lijkt te zijn, is het raadzaam zo’n toestand in verband te brengen met mogelijk ‘oud zeer’. Het is lang niet altijd een reactie op situaties in het heden. Het geven van medicatie is dan ook geen oplossing. ‘Houd rekening met de mogelijkheid van dat diepe innerlijke proces!’
Stolp pleit voor zoveel mogelijk empathie met en respect voor mensen met dementie. Hij merkt op dat verzorgenden dat al heel vaak opbrengen. Met engelengeduld omgeven zij deze mensen, met gevoel voor wie de dementerenden ooit waren en nog steeds zijn.

Hij besprak ook het beroemde ‘nonnenonderzoek’, dat de medische wereld inzake dementie op zijn kop heeft gezet. In 1987 startte David Snowdon in de VS een onderzoek onder 678 nonnen tussen de 75 en 100 jaar, die bereid waren na hun overlijden hun hersenen voor onderzoek af te staan.
Bij het latere onderzoek werd de mate van hersendegeneratie onderscheiden naar vier stadia. En wat bleek: de vrouwen bij wie de hersenen het ergst waren aangetast (4de stadium) bleken lang niet allemaal dement te zijn geweest: 70% was dat wel, maar 30% was dat niet! Hoe kan dat? De conclusie kon niet anders zijn dan dat een mens, ook wanneer zijn/haar hersenen achteruitgaan, geen symptomen van mentale achteruitgang hoeft te vertonen!
Het bleek dat de niet-demente groep in de testen een creatief en beweeglijk denken had laten zien. Overigens betekent een beweeglijke geest niet altijd dat dementie je bespaard blijft.

Als laatste besprak Stolp ‘het wonder van de terminale helderheid’. Soms kunnen mensen in een vergevorderd stadium van dementie – relatief kort voor hun dood – plotseling troostrijke afscheidswoorden spreken tot hun naasten. Heelheid van geest, dat is wat zij dan laten zien …

Dementiezorg (4)

Kort geleden heb ik een ‘ontmoetingsmiddag’ over Alzheimer en dementie meegemaakt. Daar werd ik overvoerd met zeer interessante informatie. Vooral interessant omdat ik een relatieve buitenstaander ben: in de praktijk heb ik – gelukkig – tot nu toe weinig met dementie te maken gehad. Dat neemt niet weg dat velen, zeker ouderen, geconfronteerd worden met beginnende symptomen bij mensen in hun omgeving. En wat dóe je dan?
Momenteel zijn er zo’n 250.000 mensen die lijden aan een of andere vorm van dementie. Over 20 jaar zou dat aantal verdubbeld kunnen zijn. Omdat ik er meer van wilde weten, ging ik 25 september naar deze bijeenkomst, een initiatief van uitgeverij AnkhHermes.

Wat gebeurt er zoal om de kwaliteit van leven van mensen met dementie te verbeteren en draaglijk te maken: enorm veel. Ik maak dus een selectie. Een volgende keer wil ik meer over de ‘binnenkant’ van de aandoening verwoorden.

Wanneer je te maken krijgt met dementie en je wilt je breed oriënteren, dan is de eerste website om te bezoeken www.moderne-dementiezorg.nl. Deze site geeft aan alle aspecten uitgebreid aandacht en is een initiatief van DAZ (Dirkse Anders Zorgen).
Ruud Dirkse was een van de sprekers op de middag. Hij is een autoriteit op het gebied van dementie, vanuit kennis en betrokkenheid. Hij heeft vier populaire boeken geschreven, voor mensen die als patiënt of als mantelzorger met de ziekte te maken krijgen. Titels: Had ik het maar geweten, (Op)nieuw geleerd, oud gedaan, Handig bij dementie en Ik heb dementie.
Een opvallend DAZ-initiatief van Dirkse is het project DemenTalent: patiënten (in een beginstadium van dementie) in hun kracht zetten, door hen als vrijwilliger in te schakelen op het gebied van hun voormalige expertise. B.v. vaklieden die leerlingen van een ROC begeleiden op het terrein van hun specialisatie. Dat kúnnen deze mensen, in weerwil van hun terugval op het vlak van de dagelijkse routines. Een filmpje op die middag liet dat zien. DemenTalent wordt landelijk ‘uitgerold’.

Aan het VU-medisch-centrum heeft hoogleraar Rose-Marie Dröes dementiezorg op de kaart gezet. Zij staat een integrale aanpak voor en onderzoekt welke ‘psychosociale interventies’ (maatregelen) op termijn effectiever zijn en beter aansluiten bij de wensen van mensen.
In de jaren ’90 startte Dröes in Amsterdam, in nauwe samenwerking met zorg- en welzijnsinstellingen, enkele ontmoetingscentra voor mensen met dementie en hun verzorgers. De centra bleken effectief en kregen landelijk navolging; inmiddels zijn er meer dan 100 in Nederland.

De titel van de derde lezing, door Hans Stolp, was ‘De verborgen zin van dementie’. Daarover meer in een volgend blog.

Licht op vragen (3)

Nu volgt het derde deel van de introductie.
Het onderwerp van de volgende keer is dementie, aan de hand van een studiemiddag over dit onderwerp aanstaande zondag, op 25 oktober.

Als je kijkt naar jezelf, in de spiegel, of van binnenuit, wat zie je dan? Hoe kijk je naar jezelf, hoe voel je jezelf? Als een lichaam van vlees en bloed? Of als een lichaam behangen met emoties? Of dringt vooral je hoofd zich op met gedachten waarmee jij je vereenzelvigt?

Natuurlijk zijn er nog andere gebieden waarop je jezelf kunt ervaren, b.v. wanneer je muziek maakt of muziek beluistert, als je opgaat in sport of je op de een of andere manier creatief bezig bent. Dan dient zich een laag van beleven aan die iets bij je doet tintelen … , waarin je meer jezelf wordt en waarvan je soms echt kunt genieten.

In zekere zin is mediteren ook zo’n ervaringsgebied: mediteren is — kort door de bocht — een vorm van creatief ontwerpen met je geest. Met behulp van je voorstellingsvermogen richt je je op wie je eigenlijk bent of zou kunnen zijn. Mediteren is grensverleggend zijn …

Toen ik begon aan de leerweg Awakening Your Light Body (nu 17 jaar geleden), kon ik mij niet voorstellen dat zich buiten de grenzen van mijn fysieke lichaam nog iets zou bevinden dat ‘van mij’ is. Die grotere ruimte, die bij mij hoort, noemt de light body leerweg het lichtlichaam. Het is niet zozeer een ‘lichaam’, als wel: de ruimte die iemand energetisch inneemt. Je kunt je bewust worden van die ruimte. De light body leerweg reikt je daarvoor een methode aan die je je eigen maakt met behulp van geleide meditaties.

Dit traject heeft mij antwoorden gegeven op vragen zoals: waar ‘vind’ ik mijn emoties, hoe vind ik mijn essentie? Waar komt mijn basisgevoel vandaan en waarom is dat niet stabiel?

Het grappige is: die antwoorden gelden voor een poosje. Vervolgens dringen zich nieuwe, boeiender vragen op. Vragen die een nieuwe benadering nodig maken. Het zoeken naar een antwoord dat weer bij die vragen past, geeft mij voldoening en een gevoel van vrede als het lukt …

Je kunt meer vinden over Awakening Your Light Body op www.orindaben.com, de (Amerikaanse) website van Duane Packer en Sanaya Roman. Zij ontvingen de leerweg in de jaren ’80 van hun gidsen Daben en Orin. Zoek je informatie in het Nederlands, kijk dan op www.sirion.nu, de website van Pauline Plokhooij.