38. Ode aan het onbewuste

Dit keer wil ik aandacht vragen voor een bron van helende kracht, die zó dichtbij is dat je haast vergeet dat hij bestaat: het onbewuste. Met het onbewuste bedoel ik al datgene waar je je niet bewust van bent, maar in principe wel zou kunnen zijn. Wanneer je je op een bepaald gevoel of een bepaalde herinnering concentreert en die naar boven laat komen, kan iets uit het onbewuste doordringen tot je bewustzijn. Deze ervaring kennen we allemaal.

Wat je echter ook kunt doen: je bewust overgeven aan je onbewuste zijn en kijken, voelen, waarnemen wat er gebeurt … Dat deed en beproefde ik in de periode tussen Kerst (2021) en ‘Driekoningen’ op 6 januari (2022), een periode die zich daartoe extra leent. Ik dook onder in dat grote reservoir aan herinneringen, onverwachte ingevingen en potenties voor de toekomst. Het voelt alsof er een deur open gaat, alsof je even een bezoek brengt aan een andere dimensie die óók bij jou hoort.

Eenieder heeft zijn eigen onbewuste domein – dat een onderdeel is van het collectief onbewuste. Wanneer en hoe kun je daar toegang toe krijgen? Een antwoord vond ik bij de wetenschap die zich de laatste decennia verdiepte in het functioneren van onze hersenen. Daar stuitte ik op de ‘ontdekking van het standby-netwerk’ (in het Engels: ‘Default Mode Network’).

Toen in de begintijd van de Magnetic Resonance Imaging (MRI)-onderzoeken wetenschappers in kaart brachten welke delen van de hersenen betrokken zijn bij bepaalde taken, ontdekten ze dat ook wanneer proefpersonen geen taken hadden uit te voeren, hun brein volgens een bepaald patroon van verbindingen actief was. Deze waarneming was een verrassing voor de onderzoekers. Waarom vielen de hersenen niet gewoon stil, zoals verwacht?

Foto Wim

Na verloop van tijd is dit standby-netwerk als zodanig onderwerp van onderzoek geworden. (Prof. Dolph Kohnstamm spreekt over het ‘mijmernetwerk’.) Een bepaalde hersenstructuur licht op wanneer er sprake is van ongeconcentreerde aandacht of van helemaal geen aandacht. Die structuur gaat ‘aan’ als je overschakelt naar een andere manier van bewust zijn: minder rationeel, meer invoelend. Dit kan van alles inhouden: mijmeren, mediteren, in de natuur zijn, spontane invallen ondergaan, of dagdromen terwijl je met routineuze taken bezig bent.

Het gaat om belevingen die van binnenuit komen. Zodra er een prikkel van buiten komt, valt het standby-netwerk stil. (Zie ook Dick Swaab in zijn boek ‘Ons creatieve brein’, p. 391.)

Het kan gebeuren dat je – in de standby stand — plotseling een oplossing weet voor een bepaald probleem, waarmee je dus kennelijk onbewust bezig bent geweest. Misschien herken je dat als iets dat je wel eens overkomt wanneer je bezig bent te ontwaken, een moment waarop ook je hersenen weer wakker worden en jij de dag bewust begint.

Het brein is dus niet alleen het gereedschap voor denken en voelen, maar ook het doorgeefluik voor andere manieren van leven en beleven. Het is belangrijk daarin thuis te raken en een eigenschap te ontwikkelen waarmee je onderscheid kunt maken tussen wat jou is aangeleerd en wat jij écht vindt en voelt. Het is belangrijk je meer bewust te worden van jouw ‘zelf’, en niet stuurloos mee te dobberen op wat je tegenkomt aan indrukken op een dag. In deze tijd word je daar niet altijd vrolijk van.

Ik moedig je aan om bewust tijd te besteden aan mijmeren, muziek luisteren, mediteren, zomaar een rondje wandelen of fietsen, niet alleen voor de ontspanning, maar om meer licht en harmonie in jezelf te brengen. Het helpt ook om veerkracht te ontwikkelen tegen negatieve emoties over wat er allemaal gebeurt in de wereld.

De aarde is in een overgangsfase en de mensheid is dat ook. Laten we dus verder kijken en ons richten op wat hierna zal komen: een periode zonder corona, minder crises en meer samenwerkingsverbanden. Ieder persoonlijk kan zijn/haar steentje bijdragen, geïnspireerd vanuit het innerlijke domein.

Baan door het onbewuste je eigen weg van licht, een weg die je op nieuwe, onbekende paden zal brengen!

Zie ook blog 14: Invloed op je onbewuste zijn.

Hypothese

Het Standby-netwerk wordt gekenmerkt door een uiterst lage frequentie: 0,1 Hertz. Zou dit kunnen betekenen dat – potentieel – ons bewustzijn via dit netwerk de sprong kan maken naar het universele bewustzijn? Immers, mensen met bijna-dood-ervaringen ondervonden iets van dit universele bewustzijn, terwijl hun hersenen in het geheel geen activiteit meer vertoonden (ze waren klinisch dood). Zie ook blog 9, over De bijna-dood-ervaring.

Zijn wij ons brein? (7)

Wat zijn wij in de eerste plaats, ons brein of bewustzijn? Nadat ik begonnen ben aan het nieuwe boek van hersenonderzoeker Dick Swaab, ‘Ons creatieve brein : Hoe mens en wereld elkaar maken’, dringt deze vraag zich op. Zijn vorige boek liet ik links liggen omdat ik weinig kon met de uitspraak en de titel van dat boek, ‘Wij zijn ons brein’.

Het nieuwe boek ziet er aantrekkelijk uit, bevat veel (kunst- en brein-)plaatjes en interessante anekdotes, en triggert mijn interesse in de werking van hersenen. Ik lees het met rooie oortjes en kan niet wachten tot het eind, waar Swaab komt met zijn stellingname inzake ‘de vrije wil’. Die volgens hem dus niet bestaat. Maar, ontdekte ik, hij komt er ook niet helemaal uit.

Onder vrije wil versta ik zelf dat je, wanneer je dat wilt, in staat bent bewust te kiezen tussen alternatieven.

De vrije wil is volgens Swaab een illusie. Weliswaar een prettige illusie, want mensen hebben toch vaak het idee dat ze zélf iets willen en zélf een besluit nemen om iets te doen. Zelf ontplooide professor Swaab in zijn leven vele initiatieven: hij was b.v. een van de oprichters van de Nederlandse Hersenbank (1985). Uit het boek komt hij naar voren als een krachtige, aimabele persoonlijkheid, met een eigen wil … Toch een illusie?

Het onterechte idee dat wij een vrije wil hebben, zegt hij, is evolutionair zo gegroeid, ter bescherming van ‘de sociale groep’ en het groepsleven. Als we dat idee niet koesterden, zou defaitisme de boventoon gaan voeren; en dat werkt nu eenmaal niet …

Zoals vele aanhangers en beoefenaars van de gangbare wetenschap, gaat Swaab ervan uit dat alles wat een wetenschapper onderzoekt een materiële basis moet hebben. Voor hem moet het onderzoek naar ‘hoe mensen voelen, denken en handelen’ dus terug te vinden zijn in iets stoffelijks: de hersenen. Het huidige hersenonderzoek verzamelt kennis over wáár in de hersenen wélke impulsen op het gebied van voelen, denken en handelen worden gevonden. Daarvoor wordt het fMRI-apparaat gebruikt, dat met behulp van MRI (Magnetic Resonance Imaging) hersenfuncties scant.

Wat betreft ‘willen’ en ‘een besluit nemen’ hebben de laboratorium-experimenten aangetoond dat ‘het brein al een besluit genomen heeft’, vóórdat de proefpersoon zich van dat besluit bewust is en iets wil. Dus, zegt Swaab, kunnen we niet spreken van een vrije wil, hooguit van een onbewuste wil.

Nu dringt de vraag zich op: hoe komt het dát het brein die onbewuste beslissingen neemt? Volgens hem door het samenwerken van de 80 tot 100 miljard hersencellen, die gezamenlijk tot zo’n besluit komen, zonder dat de mens zich daarvan bewust is. Waarom en hoe doen die cellen dat? Volgens Swaab, door aansturing vanuit ‘het onbewuste’.

Hij definieert het onbewuste echter niet; het is als het ware een ondergeschoven begrip. Het onbewuste dat hij veronderstelt is immers niét terug te vinden in de hersencellen en het hersenweefsel, het basismateriaal voor zijn kennis. Zijn aanname van het ‘het onbewuste’ verzwakt eigenlijk zijn materialistische standpunt.

Mij dunkt dat, áls de mens een onbewuste heeft, aan hem ook bewustzijn kan worden toegeschreven. Volgens Swaab is het bewustzijn echter niet aantoonbaar. Zou het toch kunnen bestaan?
Voor een visie daarop verdiep ik mij een volgende keer in de inzichten van cardioloog Pim van Lommel, die bekend werd door zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’.