De kracht van HARA (23)

In het vorige blog, over De tijdgeest, ging het om het spanningsveld tussen de openlijke, harde krachten en de verborgen, zachte krachten, waarmee we momenteel in de samenleving te maken hebben. Vervolgens dacht ik, hoe ga je daar dan het beste mee om, met die spanning? Hoe reageer je als goedwillend mens óp die tijdgeest? Want zo makkelijk is dat niet: voor je het weet word je meegetrokken in de polarisatie, op welk gebied dan ook.

Hoe houd je afstand, zodat je je niet mee láát trekken, en hoe houd je toch je blik scherp? Hoe voorkom je toe te geven aan egokrachten, waardoor echte levenslust en creativiteit vervolgens ver te zoeken zouden zijn?

Toen ik deze indringende vragen aan mijzelf stelde, kwam het begrip Hara als vanzelf naar boven. Jaren geleden las ik van Karlfried Graf von Dürckheim, ‘HARA : Het dragende midden van de mens’. (Uit het Duits vertaald. Eerste druk 1961. De zevende druk is in 2012 in een nieuwe bewerking verschenen, bij Ankh Hermes. Nu beter leesbaar: de taal is meer toegesneden op de huidige tijd.)

Von Dürckheim beschrijft HARA als een eeuwenoud begrip, dat niettemin tamelijk onbekend is in de westerse wereld. Het begrip is van oorsprong Japans. Het betekent ‘onderbuik’. Wanneer je geworteld bent in je onderbuik, het zwaartegebied van je lichaam, sta je anders in het leven. Voor het specifieke zwaartepunt – zo’n drie centimeter onder de navel en drie centimeter naar binnen – bestaat ook de Chinese term ‘tan tien’. Wanneer je tai chi of chi qong beoefent, leer je daarmee te werken.

Voordat ik iets meer vertel over het (be)oefenen van Hara, eerst een ‘disclaimer’. Ook als ik het van harte aanbeveel, omdat ik de waarde voel van ‘instappen in het Hara-proces’, betekent dat niet dat je als lezer direct dezelfde ervaring zult krijgen. Elk mens kan met Hara bezig zijn, maar altijd als onderdeel van het eigen proces.

De dame Henoetnachtoe, Egypte, omstreeks 1300 v. C.

De grondvoorwaarden om aan het werk te gaan met Hara zijn, volgens Dürckheim, “innerlijke nood, het gericht zijn op de innerlijke weg, een volkomen toewijding en het vermogen om te zwijgen – dit alles overkoepeld door het zich neigen naar het goddelijke … “. Je kunt je ook richten op de kosmos, het universum, tao of de bron.

Als uitgangspunten voor Hara-beoefening noemt hij: “de juiste  houding, de juiste ademhaling en de juiste verhouding van spannen en ontspannen”.

  • Bij de juiste houding zoek je elke keer weer, in stand of zit, lopend of slapend, naar het dynamische evenwicht dat je gaat voelen wanneer je je bewust wordt van je Hara zwaartegebied. Hóe je dat kunt doen, wordt duidelijk beschreven in het boek.
  • Bij de juiste ademhaling gaat het erom  deze zich vanzelf te láten voltrekken, zodat verkrampingen verdwijnen en het middenrif leidend wordt bij een adem die zichzelf stuurt.
  • De juiste verhouding van spanning en ontspanning, laat zich als volgt beschrijven.
  • Enerzijds gebruik je fysieke spanning om – van binnenuit – het gebied van je onderbuik “op en in de aarde neer te laten”. Daarvoor is nodig dat je durft te  vertrouwen op het onbekende en op je onderbewuste.
  • Anderzijds – door het ontspannen en  “loslaten van je schouders” – leer je te vertrouwen op je bovenbewuste. Je gaat je thuis voelen in je hoger zelf en gaat langzamerhand ervaren wat het is “te neigen naar de kosmos”.

Dit heeft als plezierig neveneffect dat je ego zich minder op de voorgrond dringt. HARA geeft je de kracht om koers te houden in deze roerige tijd.

Invloed op je ‘onbewuste zijn’ (14)

Je gewone, dagelijkse bewustzijn staat voortdurend in verbinding met je onbewuste. Echter, dat merk je niet, want het is een onbewust proces. Toch heeft je onbewuste een enorme impact op jouw welbevinden. In mijn optiek, kun je je onbewuste beschouwen als deels onderbewust en deels bovenbewust.

Ik kwam op deze gedachte toen ik ontdekte dat je de MIR-zinnetjes (zie de twee vorige blogs) eigenlijk niet op één lijn kunt stellen met affirmaties (= bekrachtigende uitspraken; slot laatste blog). Waarom niet?

Laten we zeggen: je dagelijkse bewustzijn – je huis-, tuin- en keukenbewustzijn – bevindt zich te midden van jouw veel grotere ONbewuste. Als je kijkt naar je lichaam en je onderzoekt waaróm het lichaam doet wát het doet, graaf je in je ONDERbewuste zijn. Als je daarentegen vooruit kijkt en onderzoekt wat de potenties zijn van jou als persoon, zoek je contact met je BOVENbewuste zijn.

Er zijn heel wat momenten dat je contact zou willen hebben met het ene (je onderbewuste), dan wel met het andere (je bovenbewuste), en (een van) beide zou willen beïnvloeden.
Op het ene moment wil je heel graag méér op je lichaam kunnen vertrouwen, op het andere moment wil je o zo graag weten wat de toekomst voor jou in petto heeft en hoe jij je potenties waar kunt maken.
Om kort te gaan: het één kun je m.i. bewerkstelligen met de MIR-zinnetjes, het andere met affirmaties … Natuurlijk is er een overgangsgebied, maar voor de overzichtelijkheid laten we dat nu buiten beschouwing.

170308 - kopie
Foto Wim

Doe even je ogen dicht en besef dat jij als menselijk wezen een veel grotere ruimte inneemt dan je fysieke lichaam: dat je uit energieën bestaat die van diverse aard zijn. Als oefening, kun je je vereenzelvigen met de energieën van je onderbewuste of van je bovenbewuste zijn. Misschien voel je een verschil tussen beide?

Je onderbewuste zijn

is de ‘opslag’ van ervaringen in dít leven: alles wat onderdeel van jouw levensbagage is geworden, door hoe je van kinds af hebt geleefd en hoe je de reacties van je omgeving daarop hebt ondergaan.

Die opslag van ervaringen, die voortvloeit uit alles wat je ooit gedacht, gevoeld of gedaan hebt, kun je zien als een verzameling (onbewuste) overtuigingen. Deze overtuigingen beïnvloeden het functioneren van ons hele lichaam, via de hersenen, het zenuwstelsel en de zenuwcellen, tot op celniveau.

Hoe dit gebeurt beschrijft de Amerikaanse bioloog Bruce Lipton in zijn boek ‘De biologie van de overtuiging’ (‘Biology and Belief’). Hij laat zien (p. 138) hoe enorm de impact is van “de onderbewuste geest, een verzamelplaats van stimulus-respons-bandopnamen, die voortkomen uit instincten en aangeleerde ervaringen. De onderbewuste geest is een gewoontedier; hij zal – tot ons verdriet – als antwoord op de signalen van het leven keer op keer dezelfde gedragsmatige reacties vertonen.”

Nu kom ik terug op de MIR-zinnetjes. Die spreek je uit terwijl je (door je huid te strelen) je onderbewuste gerust stelt  en het verzekert dat het met nieuwe opdrachten aan de gang mag gaan. Zo kunnen, via je hersenen, de gewoonte-boodschappen, die het gedrag van je cellen aansturen, zich wijzigen. Je lichaam gaat beter functioneren, wat de bedoeling is van de MIR-praktijk.

Je bovenbewuste zijn

is de energie die je in potentie al bij je droeg toen je werd geboren en die bij je blijft wanneer je dit fysieke leven verlaat. Doel in het leven is (steeds meer) contact te krijgen met je bovenbewuste, je ‘hoger zelf’.

Aan dat hoger zelf valt een heel gebied van overwegingen, belevingen en begrippen te koppelen die uitstijgen boven je persoonlijkheid van alledag. Hoe meer je leeft vanuit je hoger zelf, hoe meer meesterschap je verwerft over je dagelijks leven.

Een van de gereedschappen daarbij is het werken met affirmaties. ‘Affirmatie’ betekent bevestiging, bekrachtiging, en verwoordt een positieve eigenschap of wenselijke situatie. Je spreekt een affirmatie uit in de tegenwoordige tijd, b.v. ‘ik ben een unieke en waardevolle persoon’. Dit wordt dan – als je dit vaak doet en het voor jou een waarheid is – door je persoonlijkheid als nieuwe werkelijkheid ervaren. Door de kracht van die affirmatie kun je b.v. een onterecht minderwaardigheidsgevoel achter je laten.