Meer over de bijna-dood-ervaring (11)

Door de grenzen van de wetenschap te verkennen zoekt cardioloog Pim van Lommel in zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn’ naar verklaringen voor de bijna-dood-ervaring (zie ook het voorlaatste blog). Immers, de reguliere opvattingen van de wetenschap op dit gebied ontkennen dat een bijna-dood-ervaring (BDE) überhaupt mogelijk is. De gangbare wetenschap aanvaardt alleen die deelaspecten van een BDE, die mogelijk op te wekken zijn op specifieke plekken in de hersenen.

Nu wil ik de discussie over een andere boeg gooien en uitgaan van de vóóronderstelling dat een BDE wél mogelijk is. Daarvoor veronderstel ik dat er een universum bestaat dat vol is van bewustzijn, van eindeloos, liefdevol bewustzijn. Pas als absoluut aantoonbaar is dat zo’n universum niet kán bestaan, dán kan een BDE ook niet mogelijk zijn.

IMG_3615 (1280x937)
Via de kwantumtheorie, komt Van Lommel uit bij de zogenoemde ‘non-lokale ruimte’, de ruimte waar alles energie is, vibreert, via ontelbaar vele frequenties. Het ervaren of waarnemen van die frequenties is een vorm van bewustzijn in zijn puurste vorm.

Wanneer je een bijna-dood-ervaring hebt, maar ook wanneer je echt sterft, ga je over van een waakbewustzijn dat hoort bij jouw persoon op aarde, naar een hoger bewustzijn. Daar ervaar je jouw essentie weer en blijk je je thuis te voelen in dat grootse universum, door Van Lommel non-lokale ruimte genoemd: een ruimte, niet bepaald door plaats (of tijd).

Hoe zit het intussen met de werkzaamheid van de hersenen? Bekend is dat je waakbewustzijn mede dankzij je hersenen functioneert. Voor het ervaren van het hogere bewustzijn blijken hersenen niet nodig te zijn. Dat laat immers de bijna-dood-ervaring zien die kan optreden, ook wanneer de hersenen zijn uitgeschakeld – door een hartstilstand of tijdens volledige narcose.

Het lijkt bij een BDE alsof je een sprong maakt van ‘zijn op aarde’ (waakbewustzijn) naar ‘niet-zijn op aarde’ (hoger bewustzijn). Overkomt je die overgang of ben je er zelf bij betrokken? Naar mijn inzicht is de overgang minder passief dan het lijkt.
Een bepaald begrip kom je namelijk bij Van Lommel niet tegen: het hogere zelf (het ‘ik’ bij de antroposofen). Het hogere zelf is voor mij dé verbinding, de intermediair, tussen die twee soorten van bewust-zijn: het waakbewustzijn en het hogere bewustzijn.

Overigens: het proces van bewustwording van je hogere zelf beïnvloedt de kwaliteit van je hersenen. Daarover een volgende keer.

Je kunt ernaar streven vanuit je hogere zelf naar je persoonlijkheid te kijken en je te wijden aan je aardse taken. Tegelijkertijd zoek je vanuit je hogere zelf bewust naar de verbinding met jouw essentie – de kern van wie jij bent als een levend wezen dat altijd blijft bestaan – je ziel, zo je wilt.

Die essentie beleef je bij het ervaren van een bijna-dood-ervaring. Opeens staat jouw essentie je nader dan je persoonlijkheid op aarde. Je blijkt nog een heel andere inhoud te hebben die je als werkelijk ondergaat – als onderdeel van een geestelijke wereld die je alleen maar kon bevroeden.

De bijna-dood-ervaring (9)

Als er in mijn kindertijd sprake was van een sterfgeval was iedereen treurig en in tranen. Maar ik was niet in staat te jammeren. Ik weet niet waarom. Die emotie diende zich eenvoudigweg niet aan. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Toen in 2003 mijn moeder was overleden, heb ik me naast haar doodsbed bijna geforceerd om te kunnen huilen. Toen het verdriet me overviel, was het wel echt. En wat gebeurde er? In een flits voelde ik mij aangeraakt door haar onzichtbare aanwezigheid en ik wist dat ik op dat moment echt contact met haar had; zij was mij komen troosten en op die manier liet zij mij weten dat zij oké was.
Waar was zij, in welke vorm? Zou ze al een ervaring hebben gehad zoals mensen beschrijven die terugkomen van een  ‘bijna-dood-ervaring’ (BDE)? Zou ze mijn vader al hebben ontmoet, die vier maanden eerder was gestorven?

2016-10-23-5-kopie
Collage en foto Wim

Sommige mensen die klinisch dood zijn geweest blijken ervaringen te hebben gehad, die een diepe indruk bij hen achterlieten – zoals het omgeven worden door een groot licht en het ervaren van onvoorwaardelijke liefde, van eenheid en diepe verbondenheid met anderen. Dat geeft mij troost.
Het fenomeen BDE omschrijft de cardioloog Pim van Lommel aldus:

“Een bijna-dood-ervaring is een geestelijke ervaring die kan optreden tijdens een periode van klinische dood, maar ook tijdens een stervensproces of soms zonder duidelijke aanleiding. De bijna-dood-ervaring is een universele ervaring die over de hele wereld en door alle tijden heen wordt vermeld, die onafhankelijk is van leeftijd, intellect of godsdienst.”
(Deze definitie vond ik op de website www.bijnadoodervaring.nl.)

Een ervaring die ‘over de hele wereld en door alle tijden heen wordt vermeld’. En waarom is er dan toch zo weinig over bekend? Door die onbekendheid zijn mensen die een BDE hebben gehad dikwijls een groot deel van hun leven bezig die ervaring zelf te verwerken. Hun omgeving wenst er niet voor open te staan. Artsen, noch familie, noch vrienden tonen zich bereid een oor te lenen aan de BDE’er, die zo bijzonder graag over zijn of haar diepgaande ervaring zou willen vertellen.

Vele mensen komt het fenomeen BDE zó ongeloofwaardig voor dat zij zich afsluiten voor de verhalen erover, verhalen die uit een andere wereld lijken te komen en die zich niet laten rijmen met gangbare opvattingen en overtuigingen. Zeker in de wetenschappelijke wereld is er weinig belangstelling voor: ‘zaken die fysiek niet aantoonbaar zijn kúnnen toch niet bestaan, kúnnen toch niet waar zijn … ?’
Het verschijnsel bijna-dood-ervaring is bij uitstek een gebied waar wetenschapskennis – gericht op het materiële – in botsing komt met spirituele inzichten – die gericht zijn op het immateriële. Wetenschap lijkt onverenigbaar met spiritualiteit.

Wanneer door een hartstilstand of ziekte of ongeluk de hersenen van een mens niet meer functioneren, wordt aangenomen dat die mens ‘buiten bewustzijn’ is. Maar als die persoon weer bijkomt, blijkt hij of zij helder bewuste ervaringen te hebben gehad en zelfs nauwkeurig te kunnen vertellen, b.v.  over de operatiekamer en de operatie die hij/zij heeft ondergaan. Hoe kan zoiets?
Op deze prangende vraag heeft Pim van Lommel een antwoord gezocht dat recht doet aan het wetenschappelijke denken. Een volgende keer probeer ik deze materie verder in kaart te brengen.

Voel je vrij hieronder te reageren. Zo’n reactie wordt niet direct gepubliceerd; ik krijg daarvan eerst een email en kan beslissen of ik de reactie wel of niet aan het blog wil toevoegen. Als je dat liever niet hebt, dan gebeurt het niet. Als je een opmerking maakt of een vraag stelt aan mij persoonlijk, antwoord ik jou ook persoonlijk. Laat het gewoon even weten in je bericht!